Een heel klein stukje historie van de kerk van Peru
De oertijd van het land: Het blinde heidendom. Pré Incas, Incas. Aanbidding van zon en maan.
Tijd van Paticutec. Koning van de Incas. God opende een klein eindje de ogen van de koning en zijn zoon. Zij zagen in dat de zon niet God kon zijn. Zij geloofden dat de echte God, Viracocha, eens Zijn Zoon zou sturen om hen alles te leren.
De Spanjaarden komen. Enkele priesters hebben hun best gedaan om in Peru het Evangelie te planten. Maar daar kwamen de Spanjaarden niet voor. Het ging hun alleen om het goud van het land.
Een paar eeuwen later (rond 1850): God zendt de eerste zendelingen. Zij hebben gezwoegd en geleden om het Evangelie overal te brengen.We zien de vruchten in het hele land. Overal zijn gemeenten. Zelfs een paar grote kerkverbanden van 100.000 leden en meer.
Religie is er veel
De tijd waarin we nu leven; Het meest valt natuurlijk de Rooms Katholieke kerk op. Het land is een paar eeuwen lang een typisch Katholiek land geweest- Een groot is geweest deze kerk zo sterk oplostte in de religies van het land. Vaak werd het een mix van Christendom en heidendom. In onze tijd zijn in veel dorpen deze kerken gesloten of funcioneren zeer gebrekkig met hulp vaak van pastores uit het buitenland.
Wat de Evangelische kerken betreft is er ook veel nood;Er zijn bijna geen zendelingen meer. En die er zijn zijn vaak zendingswerkers; piloten, monteurs, bouwers, voorlichters, geneeskundigen... maar geen opleiders. De kerken die er zijn verarmen geestelijk heel sterk. Het opleidingswerk ligt in grote gebieden helemaal stil. Het gevolg zien we overal in het land. Er is geen kennis van de Bijbel. Ieder doet wat hij of zij goed vind. De sekten tieren welig en het echte geloof kwijnt.

Gelukkig zien we dat God Zelf ingrijpt door in het hele land mannen te roepen van het volk zelf. De tijd is rijp dat de kerk zelf gaat werken. Stichting Andreas Werk heeft bijna 100 mensen in opleiding voor zendeling in eigen land, in eigen regio. De bedoeling is dat deze mensen straks ook les gaan geven in de dorpen aan de rivieren.
Dit is de nieuwe tijd! God wil Zijn gemeente in Peru actief in het werk betrekken. Hierbij geholpen door helpers uit het buitenland, die alleen maar dienen. Een van de eerste vruchten hebben we van heel dichtbij mogen ervaren. Het bevestigen van nieuwe dominees binnen een Peruaanse kerk.

DE BEVOLKING VAN PERU Naar schatting bestaat de Peruaanse bevolking voor 47% uit raszuivere indianen, voor 32% uit mestiezen en 12% uit blanken, voornamelijk van Spaanse afkomst; 3% is van Aziatische en Afrikaanse herkomst. De meeste indianen wonen in de Andes en in het Amazonegebied terwijl blanken en mestiezen veelal aan de kust wonen, en dan nog met name in grote steden als Lima, Arequipa en Trujillo. Op de sociale ladder staan de blanken nog steeds op de hoogste trede, daarna komen de mestiezen en ver daaronder pas de indianen. Na Bolivia is Peru het Zuid-Amerikaanse land met het grootste percentage indianen.
De zwarten stammen af van slaven uit Afrika die op de hacienda’s werden ingezet; Geschat wordt dat er tot 1810 meer dan 800.000 in Peru aankwamen. De meeste zwarten wonen in de buurt van Chincha, ten zuiden van Lima, omdat daar vroeger grote suikerplantages gevestigd waren.
De Chinezen en Japanners kwamen tussen 1850 en 1920 naar Peru als mankracht voor de aanleg van spoorlijnen. Fujimori was de eerste president van Japanse afkomst. Tussen 1876 en 1920 vestigden zich ook veel immigranten uit Europa zich in Peru: Italianen, Spanjaarden, Fransen, Engelsen en Duitsers.
De indianen van de bergstreken, ook wel hooglandindianen genoemd, behoren voornamelijk tot de Quechua’s, in de streek rond het Titicacameer wonen vooral Aymarás. De Quechua’s zijn onder te verdelen in verschillende groepen, die zich van elkaar onderscheiden in klederdracht, gebruiken en de streek waar ze wonen.
Een unieke groep Aymará-indianen vormen de Uros, die leven in de baai van Puno op drijvende eilanden die gemaakt zijn van totora-riet. De laatste decennia is hun cultuur sterk in het gedrang gekomen door het toenemende toerisme en gemengde huwelijken met Aymarás.
In het Amazonegebied wonen verschillende kleine stammen met ieder een aparte taal en eigen gewoontes en gebruiken. Deze regenwoudindianen zijn de oorspronkelijke bewoners van het Amazone-laagland. De levensstijl van sommige stammen is door het contact met de westerse mens grondig gewijzigd. Andere stammen vermijden bijna elk contact met de westerse mens.
In de omgeving van Iquitos wonen Yahua’s en Shipibo’s; in het centrale deel van het regenwoud wonen de Ashaninka’s en Machiguenga’s; in de omgeving van het nationale park Manu wonen Mashco’s, Piro’s en Yora’s. Twee stammen waarvan men eigenlijk alleen weet dat ze bestaan heten Mashco Piro en Kogapacori en leven in de zuidoostelijke jungle. In de omgeving van Tarapoto wonen de Lamas-indianen.
Vroeger leidden al deze stammen een semi-nomadisch bestaan, nu leven ze vaak op een vaste plaats door het gebruik van moderne vervoersmiddelen. De voornaamste bestaansmiddelen zijn nog steeds landbouw en jacht. Sommige stammen verdienen er met kunstnijverheid voor de toeristen nog een centje bij. Aan de andere kant vormt vooral het toerisme voor de echte natuurvolken een serieuze bedreiging. Hun jachtgebieden worden verstoord en hun sociale leven en tradities komen onder zware druk te staan.
Vandaag de dag leven er nog ca. 200.000 Amazone-indianen in Peru, verdeeld in 53 etnische groeperingen, die talen spreken uit 12 verschillende linguïstische families. Sommige groepen, zoals de Toyeri, bestaan slechts uit enkele tientallen personen. Andere, zoals de Machiguenga en de Campa, hebben een bevolking van enkele tienduizenden personen.
